Zoeken

De rol van woningcorporaties bij gebouwen voor kinderen van 0-12 jaar

25-01-2011

Het Netwerkbureau Kinderopvang heeft de opdracht kinderopvangorganisaties, scholen en gemeenten te ondersteunen en te stimuleren bij het realiseren van meer capaciteit in de kinderopvang (0-12 jaar). Bouwstenen voor Sociaal is een breed platform gericht op verbinden van partijen in het maatschappelijk vastgoed.

Agenda Maatschappelijk Vastgoed

Bouwstenen voor Sociaal heeft recent de Agenda Maatschappelijk Vastgoed 2011 samengesteld. Daarin wordt onder meer gesteld dat ‘toekomstbestendig vastgoed’ nodig is om de veranderende behoefte in sociaal domein langdurig te kunnen accommoderen. Woningcorporaties kunnen daar bij uitstek een rol vervullen. Maar ook dit vraagt dat zij aangesproken worden op hun competentie.

Zo doende!

Het Netwerkbureau Kinderopvang signaleert een aanhoudende behoefte aan goede kinderopvang in combinatie met primair onderwijs. In samenspraak met Aedes, Steunpunt Brede Scholen en het Servicecentrum Scholenbouw heeft zij in mei 2010 de publicatie Zo doende! uitgebracht, een handreiking voor corporaties gericht op het investeren in gebouwen voor onderwijs en kinderopvang. Deze publicatie wordt gedomineerd door wat we hier de eerste benadering noemen. De publicatie besteedt vooral aandacht aan wat scholen en kinderopvang kunnen betekenen voor de wijk. De omgekeerde vraag: wat kunnen corporaties betekenen voor onderwijs en kinderopvang, een vraag die getuigt van de tweede benadering, komt niet of nauwelijks aan de orde. Dat vraagt om een follow up!

Het Netwerkbureau Kinderopvang en Bouwstenen voor Sociaal onderzoeken mogelijkheden om woningcorporaties meer te laten betekenen bij de ontwikkeling en het beheer van gebouwen voor kinderen. Daarvoor arrangeren zij een gesprek tussen bestuurders van woningcorporaties en bestuurders van scholen en kinderopvangorganisaties. Kernvraag is: welke rol kunnen woningcorporaties bij gebouwen voor kinderen vervullen en welk voorwaarden gelden daarbij.

Twee benaderingen

Woningcorporaties hebben afgelopen jaren substantieel geïnvesteerd in voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang. Corporaties motiveren deze investeringen overwegend vanuit het belang van deze voorzieningen voor hun wijken en wijkbewoners, en soms ook vanuit de waarde van hun vastgoed. In dat licht accepteren woningcorporaties doorgaans een onrendabele top op dergelijke investeringen. In deze benadering vervullen scholen en kinderopvang op de eerste plaats een rol van toeleverancier; in ruil voor een lage huur of mooi gebouw leveren ze (extra) diensten voor de wijk. Tegenover deze benadering die op belang is gebaseerd, kan een benadering gesteld worden die gebaseerd is op competenties. De woningcorporaties investeren niet omdat zij een belang hebben, maar omdat zij, gelet op hun competenties en netwerken, dat bij uitstek kunnen. In deze tweede benadering zijn instellingen voor onderwijs en kinderopvang op de eerste plaats klanten; klanten die, net zoals hun primaire doelgroepen, ook graag in wijken willen ‘wonen’. Beide benaderingen verschillen fundamenteel van elkaar en leiden tot een andere uitkomst als het gaat om positionering en investeringsgedrag.
 

benadering 1 benadering 2
dominant motief belang ("we willen) competentie ("we kunnen")
positie onderwijs en kinderopvang toeleverancier klant
mentale insteek er moet geld bij genereert goed rendement
aard activiteit afgeleide activiteit (2e) kernactiviteit













 

Niet alleen nieuwbouw

Zoals gezegd domineert in de eerste benadering; investeringen zijn primair gericht op de ‘eigen’ aandachtswijken en daarnaast zijn de investeringen grotendeels gericht op nieuwbouw. Instellingen voor onderwijs en kinderopvang hebben echter huisvestingsproblemen die verder gaan. Ze zijn niet alleen in aandachtswijken actief, maar ook in andere wijken. Ze hebben niet alleen behoefte aan nieuwbouw maar ook in de bestaande bouw moeten veel problemen opgelost worden. Benadering 2 biedt corporaties de ruimte om op deze behoefte in te spelen. Een kostendekkende exploitatie is daarbij het uitgangspunt.

Kernvraag

Kernvraag is: zijn woningcorporaties bereid om te investeren in (wijkgebonden) vastgoed voor primair onderwijs en kinderopvang; niet alleen in hun ‘eigen’ wijken maar ook in andere wijken. Wat zijn hun motieven om dat eventueel te doen en onder welke voorwaarden?

Werkwijze en resultaat

Om de kernvraag te beantwoorden wordt een rondetafelgesprek gehouden met bestuurders van beide kanten die vrijuit willen en durven te spreken. De geconstateerde kansen, knelpunten en aanbevelingen verwerken wij in een ( digitale) publicatie.

Concreet te behalen resultaten zijn:

  •  antwoord(en) op kernvraag;
  •  beter zicht krijgen op motieven, achtergronden en ontwikkelingen bij de ‘andere’ partij;
  •  identificeren van kansen voor vervolg.


Agenda

Gespreksleider Marc van Leent.


Warming up
• Kennismaking door o.a. het uitwisselen van persoonlijke ervaring in maatschappelijk vastgoed.

Verkenning
• De vraagzijde: wat is de toekomstige kwalitatieve en kwantitatieve opgave in onderwijs en kinderopvang?
• De aanbodzijde: wat zijn de (potentiële) competenties en investeringskracht van corporaties?
• De context: de ontwikkelingen in Den Haag en Brussel.

Kernvraag
• Open discussie over kernvraag uitmondend in aantal scenario’s.
• Inventarisatie van aspecten/voorwaarden per scenario ten aanzien van
- geld / financiering
- organisatie / kennismanagement
- regelgeving
- cultuur
- draagvlak / stemming in het land
- enzovoort


Afsluiting
• Resumerende discussie over voorkeuren en kansen.
• Wat zou je samen kunnen doen?

Informele uitloop

Het Vlechtwerk is een gebouw dat ontwikkeld is in opdracht van woningcorporatie GoedeStede. 
Meer informatie over dit boeiende gebouw. Klik hier.